Zwaar belast tegelwerk, toch een cementgebonden voeg?
Tegelwerk in een publieke toiletgroep, grootkeuken of andere intensief gebruikte ruimte krijgt flink wat te verduren. Slijtage, vocht, reinigingsmiddelen en soms ook chemische belasting stellen hoge eisen aan het voegwerk. Maar betekent een zwaardere belasting automatisch dat je voor een epoxyvoeg moet kiezen? Zeker niet. Ook binnen cementgebonden voegmortels zijn er flinke verschillen in prestaties.
De ene cementgebonden voeg is de andere niet
Cementgebonden voegmortels worden volgens de Europese norm EN 13888 ingedeeld in verschillende klassen. CG1 staat voor een normale cementgebonden voegmortel, terwijl CG2 verbeterde eigenschappen heeft. De aanvullende aanduidingen W en A geven aan dat de voegmortel een verminderde waterabsorptie en een hogere slijtvastheid heeft. Die verbeteringen komen voort uit de samenstelling van de mortel. Zo kunnen fabrikanten door toevoeging van kunstharsen onder meer de hechting aan tegelranden verbeteren en krimp beperken. Ook de korrelopbouw en andere additieven bepalen hoe de voeg uiteindelijk presteert. Daarom is het belangrijk om verder te kijken dan alleen de aanduiding cementgebonden.
Wat betekent dat bij intensief gebruik?
In publieke sanitaire ruimtes kan een voeg bijvoorbeeld regelmatig in contact komen met urine. Dan is urinebestendigheid een relevante eigenschap, naast de weerstand tegen slijtage en dagelijkse reiniging. In een grootkeuken kunnen juist oliën, reinigingsmiddelen en de manier van schoonmaken een grotere rol spelen. Daarbij verdient vooral de chemische belasting aandacht. Een voegmortel met verhoogde chemische resistentie is niet automatisch bestand tegen alle zuren of reinigingsmiddelen. De aard en concentratie van de gebruikte stoffen bepalen mede of een voeg geschikt is. Het is daarom verstandig om al bij de materiaalkeuze rekening te houden met het toekomstige onderhoud van de ruimte.
Wanneer is epoxy dan wel nodig?
Verbeterde cementgebonden voegen kunnen dus ook bij zwaardere toepassingen worden ingezet. Toch zijn er grenzen. Wanneer hoge eisen worden gesteld aan zuur- en temperatuurbestendigheid, kan een epoxyvoegsysteem geschikter zijn. Het onderscheid zit daarmee vooral in de gebruiksbelasting waaraan het voegwerk wordt blootgesteld. Ook intensief belast tegelwerk vraagt niet per definitie om epoxy, zolang de cementgebonden voegmortel aantoonbaar geschikt is voor de omstandigheden.
WD FLEX R: cementgebonden met extra prestaties
Een voorbeeld van zo'n verbeterde cementgebonden voegmortel is WD FLEX R omnifill van Omnicol. Deze kunsthars gemodificeerde, snelverhardende voegmortel heeft classificatie CG2 W A en combineert een hoge slijtvastheid en gereduceerde wateropname met urinebestendigheid, verhoogde chemische resistentie en hogedrukbestendigheid tot 150 bar. Daarmee is WD FLEX R onder meer geschikt voor intensief gebruikte toiletten, natte ruimtes, grootkeukens en diverse industriële toepassingen. De mortel is toepasbaar op wand en vloer, binnen en buiten, voor voegen van 2 tot 15 mm. Welke voegmortel het beste past, blijft afhankelijk van het tegelwerk en de gebruiksbelasting die je verwacht. Omnicol denkt graag mee over de juiste keuze.