Tegelvoegmortels

Verwerkingsvoorschriften en gegevens tegelvoegspecies

(Met uitzondering van PROF 123 / ELV 123 omnifill)

  • Kies de juiste voegmortel voor de juiste toepassing; let op bij zeer poreuze tegels.
  • De na menging verkregen voegmassa wordt direct, met behulp van een voegspaan, spons, rubber spatel of handschoen met diagonale bewegingen in de tegelvoegen aangebracht, zodanig, dat deze vol ingevoegd zijn.
  • Om kleurverschillen en verkleuringen van de voeg zoveel mogelijk te voorkomen, dient op het moment van voegen de ondergrond voldoende droog te zijn. Bij gekleurde voegsels dient, om bont opdrogen te vermijden, de temperatuur van de omgeving minimaal 10º C te zijn. Zie ook hieronder.
  • Bij voegmortels, aangemaakt met ELASTIFLEX omnibind zijn de tegels moeilijker te reinigen.
  • Niet voorgestreken ondergronden bij tegels, geplaatst in de mortel op wand en vloer, geven een verhoogde kans op uitbloeiingen.
  • Tijdens de verwerking en afbinding dienen vocht, tocht en direct zonlicht te worden vermeden.
  • Minimale verwerkingstemperatuur van ondergrond en omgeving bij niet gekleurde voegsels 5º C.
  • Eenmaal aangemaakte voegmassa is niet houdbaar.
  • Reeds ingedikte voegmassa is niet door toevoeging van extra water weer verwerkbaar te maken.
  • Het voegsel niet met andere dan de voorgeschreven materialen vermengen. Dus geen cement, zand of andere componenten gebruiken.
  • Bij voegen breder dan 6 mm dient men over te schakelen naar grovere mortels.
    Deze worden aangeduid met de letter "B" in de productnaam. Tevens zijn deze beter geschikt voor het traditioneel verwerken.

Aanvullende adviezen voor de verwerking

Voegmortels op cementbasis met harsveredeling, zoals 100WD omnifill zijn ontwikkeld vanwege de betere fysische eigenschappen zoals: een betere hechting aan geglazuurde of volkeramische tegelranden; betere chemicaliënbestendigheid; grotere flexibiliteit; betere schok cq. impact weerstand; geen verbranding van de cementmineralen, ook bij zeer sterk zuigende ondergronden en tegelranden. Zij ondergaan minder krimp door een lagere water-cementfactor; waterwerendheid of zelfs totale waterdichting (dit geeft een goede bescherming tegen
aantasting van de ondergrond); veel betere reinigingsmogelijkheden van de voeg omdat het vuil nauwelijks in de voegspecie dringt; minder uitbloeiingsgevoelig en een uitstekende vorstbestendigheid.

Tijdens de verwerking van deze voegmortels dient men wel rekening te houden met de volgende richtlijnen:

  • Harsen vertragen de afbinding van cement en zorgen voor een verhoogde waterretentie (watervasthoudend vermogen).
  • Geglazuurde of volkeramische tegelranden zorgen voor een langzame aantrekking waardoor men langer moet wachten alvorens af te sponsen .
  • De cementsluier op de tegel is zeer moeilijk te verwijderen omdat de harsen zorgen voor een goede aanhechting en een goede afbinding van de cementmineralen.
  • De langzame aantrekking en het aandrogen aan de tegel dwingen de applicateur te vroeg te gaan sponsen waardoor vaak een verdiepte voeg ontstaat met gaatjes (gesprongen luchtbelletjes in de plastische massa).
  • Poreuze tegelmaterialen of tegels met een geprofileerd- of antislipoppervlak verergeren het effect van moeilijk verwijderbare cementsluier.
  • Versnelde droging door verhoogde temperatuur, zonbeschijning en/of tocht (buiten) verergeren het effect van moeilijk verwijderbare cementsluier.

Kleuren

Voegen vormt een esthetische afwerking van het betegelde oppervlak.
Omnicol beschikt over een voegenpresentatie, die op aanvraag wordt toegezonden.

Bij het kiezen van kleurenvoegsels dient u terdege rekening te houden met het navolgende:

  • De in de presentatie afgebeelde kleuren zijn gebaseerd op 100WD omnifill.
  • Dezelfde kleuren in een andere kwaliteit geven een iets afwijkende kleur en reflectie vanwege de verschillende korrelopbouw en additieven in het voegmateriaal.
  • Uw ondergrond dient voldoende droog te zijn alvorens u kunt beginnen met invoegen.
  • Een te vochtige ondergrond kan leiden tot kleurverschillen in de voeg. De aangemaakte voeg droogt veel lichter op dan in eerste instantie lijkt.
  • Er kunnen kleine kleurverschillen ontstaan vanwege de natuurlijke, minerale grondstoffen.

Uitleg van termen en begrippen

In de productbladen en met name in de paragraaf "Technische eigenschappen" worden termen als open tijd, verwerkingstijd enz. gebruikt. Voor een juist begrip de volgende uitleg:
Open tijd:
Dit is de tijd, die maximaal mag verlopen tussen het aanbrengen van de lijm en de volgende bewerking.
Verwerkingstijd: De bruikbare tijd van het mengsel.
Wachttijd:
De tijd, die in acht moet worden genomen tussen het mengen en het gebruik.
Afbindtijd:
De tijd tussen het aanbrengen van de lijm en de eerste voorzichtige belasting.
Watervast:
Een product, dat watervast wordt genoemd mag na uitharding nat worden.
Waterwerend:
Een product met een verminderde waterabsorptie

Classificatie van tegelvoegspecies volgens EN 13888


Aanduiding
Omschrijving
Type Klasse
CG 1 normale cementhoudende voegmortel
CG 2 verbeterde cementhoudende voegmortel met additionele eigenschappen (hoge slijtvastheid: Ar) en (verminderde waterabsorptie: W)

Te gebruiken gereedschappen

  • Mengkuip
  • Voegspaan, rubber spatel, spons en droge doek of celstofpapier
  • Maatbeker
  • Sponsbak en/of afsponsmachine
  • Mixer

Richtlijnen voor de dilateringsproblematiek

  • Alle in- en uitwendige hoeken, wand- en vloeraansluitingen en vlakken langer dan 5 tot 7 strekkende meters, afhankelijk van de ondergrond en temperatuursdifferentiatie (binnen) of 4 strekkende meters (buiten), doorgangen, overal waar 2 verschillende ondergronden samenkomen, bij aansluitingen op kolommen en alle reeds bestaande dilateringen in de ondergrond, dienen vrijgehouden te worden van zowel tegels, lijmmortel als voegmateriaal. Bij vloerverwarming is randisolatie noodzakelijk.
  • Zoveel mogelijk symmetrische vakken maken waarbij de lengte/breedte verhouding van 1/1,5 niet mag worden overschreden.
  • Breng op voornoemde plaatsen een soepele- en voldoende brede dilatatievoeg aan of pas dilatatieprofielen toe.
  • Exacte plaatsbepaling volgens advies constructeur.

Reiniging

Reiniging behandeld oppervlak

  • Overtollig voegsel direct na het voegen met een rubber spatel afnemen.
  • Als de voeg is aangetrokken wordt het oppervlak met een vochtige spons afgeveegd. (afhankelijk van gekozen tegelvoegspecie). Het spoelwater moet regelmatig ververst worden en de spons moet schoon zijn. Als laatste beweging moet met de vochtige spons door de voeg geveegd worden om alle geëmulgeerde resten mee af te nemen
  • Kort daarna kan met een droge doek of celstofpapier de cementsluier worden verwijderd.

Reiniging gereedschap

Reinig gereedschap direct na gebruik met schoon leidingwater.

Opslag en houdbaarheid

Voor opslag adviseren wij een droge overdekte opslagruimte te gebruiken, omdat het poeder vochtgevoelig is. In de originele, gesloten verpakking heeft het poeder een houdbaarheid van 12 maanden, echter bij de tegelvoegspecies met snelle afbinding: 6 maanden.

Wij gebruiken cookies om er voor te zorgen dat u onze website optimaal kunt gebruiken. Bezoekt u onze website, dan gaat u akkoord met deze cookies. Meer informatie